Start > Verkeerde uitspraak klanken

Verkeerde uitspraak klanken

Kinderen leren de klanken door imitatie en luisteren en slaan daarna de klanken op in het klank-geheugen. Soms wordt een klank verkeerd opgeslagen in het klank-geheugen, bijvoorbeeld omdat het kind (tijdelijk) niet goed hoort. Het kind denkt dan, dat hij de woorden goed zegt, maar wij horen wat anders (bijvoorbeeld "tat" ipv "kat"). Hierdoor zijn kinderen vaak slecht te verstaan en omdat ze denken dat ze het goed zeggen, kan het ook erg frustrerend zijn.

Het kan ook zijn dat een kind de klanken technisch niet goed uit kan spreken. Denk hierbij aan slissen en lispelen. Hierbij worden de /s/t/d/n/l/ met de tong tussen of tegen de tanden uitgesproken, terwijl de tong achter de tanden hoort te blijven. Dit gaat ook vaak gepaard met afwijkende mondgewoonten, zoals duimzuigen, verkeerd slikken en open mondgedrag. Door de verkeerde spraak en de afwijkende mondgewoonten kan ook de gebitsstand verkeerd beïnvloed worden.

Wat doet de logopedist?

De logopedist bepaalt eerst door onderzoek of het een technisch probleem is of een probleem met het klankgeheugen.

Als de klank verkeerd is opgeslagen in het klank-geheugen, zal de logopedist eerst luisteroefeningen doen om de verschillen te leren horen tussen de klanken. Het kind gaat kritischer luisteren en op deze manier wordt de klank opnieuw opgeslagen in het klank-geheugen. Het kind zal hierop proberen de klank op de juiste manier en op de juiste plaats in te passen in het woord. Verder wordt de "moeilijke" klank aangeleerd en geautomatiseerd naar de spontane spraak.

Als het een technisch probleem is, zal de logopedist eerst de mondspieren trainen. Daarna worden de klanken op de juiste manier aangeleerd en geautomatiseerd in de spontane spraak en zullen ook de mondgewoonten verbeterd worden.

Terug